Waar te beginnen wanneer beelden zich tegenspreken, zich laten verdwazen in een grotere ruimte.
Er zijn zo  veel aspecten van beelden, en des ondanks altijd een eigenheid van een persoonlijkheid.
Ook al coresponderen de beelden niet altijd met het verhaal, kan het mij en u tot andere perspecten voeren.

De ruimtes waarin het zich allemaal plaatsvind, heeft al een verleden opgebouwd met zichzelf.
De ruimte waarin alles zich moet afspelen, de ongekende oneindigheid die de ruimte zelf zich bied.
Zijn tijdloosheid waarin hij leeft, en merkwaardig energien met zich meedraagt.
De vraag is dan ook hoe de ruimte dit doet, hoe geeft hij energie of hoe bestaat hij?
En merkwaardig is het zo dat de ruimte niet bestaat wanneer hij niet wordt opgemerkt.
Zonder toeschouwer of belever is er geen ruimte of kan het ook niet bezichtigd worden, tenminste zo kan er gedacht worden.
hoe is het ooit mogelijk een ruimte niet te laten bestaan in allesomvattende heelal.
Kan het niet gewoon zijn dat de ruimte er gewoon is zonder een bezichtiger?
Het antwoordt daarop is ja, ja het kan wel, puur doordat we onszelf altijd maar in het middelpunt van het universum zetten,
lijkt het soms dat het niet mogelijk is om dingen te laten bestaan zonder de mens daar enigzins een onderdeel van te laten zijn.
Een vrij naiefe gedachte vind ik zelf, omdat het continu op ons zelf uitdraait en nooit een losstaand fenomeen mag zijn,
tenminste daar lijkt het vaak op.
De mens denkt alles maar de kunnen grijpen in een wezelijke wereld waarin we denken te leven.
Maar niks minder waar, want in alle grootheid die het al is, kon alle voorgaande gebeurtenissen in de miljarden jaren ook niet
opgemerkt worden. Terwijl juist dat het enige was wat nog echt was. Met alle volle intensie bedacht en ontwikkeld.
Nu alles maar gedacht moet worden,raakt het juist zijn eigenheid kwijt, en weet daar zijn eigen raad niet meer te besturen,
of terwijl het kan zijn eigenheid niet definieren, puur doordat het linkerhersenhelft alle wijsheid op zich neemt, en eigenlijk
niet de wijsheid heeft om de wijsheid echt te ondervinden, dit kan alleen maar het rechterhersenhelft voor elkaar krijgen.

Daarom ontstaat er een ruimte in mijn werk waarin alles zijn stilte en rust probeert terug te vinden.
De 1lijnigheid van zijn essentie op zijn plaats laat vallen.
De bedoelling van zijn bestaan is dat hij niet wordt opgemerkt door het linkerdwaasgedrag.
Doordat het juist zijn simpelheid behoud weet het zelf niet dat het bestaat, maar wel datgene uitdraagt wat wij zien, een zwart
blauw gelijnde ruimte met allerlei verschillende composities in het universum.
De tijd is juist datgene wat we in deze ruimte proberen uit te schakelen, deze doet er niet toe, is een illusie die ons alleen
maar kapot maakt, ons verscheurd van ons eigen.
Deze tijden verwijzen naar openbaringen die we al door eeuwen heen alleen maar hebben bestudeerd.
Alleen zijn ze op contoursgewijze manieren in hokjes geplaatst waardoor de essentie is verloren geraakt.
De energie waar we allen over spreken is niet in vorm te plaatsen alleen in gevoel.

Daarom zouden deze complexen en composities net zo goed goden kunnen zijn voor ons bestaan.
Wanneer we er energie in steken wordt het een ruimte, bestaan hij en kan zich verder evolueren naar een bestaant object of ruimte.
Hierdoor is deze ruimte nu dus tot god verklaard en kan het aanbeden worden.
De theorie verwijst naar ons wangedrag wanneer we literatuur of godsdiensten niet bevatten, en hiermee dus naar een vorm zoeken
in een heelal vol vormen.
Wanneer er een vorm is gevonden voelt dit fijn en wordt er hier aan vastgehouden.
De Complexen die ik ontwerp zijn een vorm waar we naar kunnen zoeken, een vorm waarin de vastigheid of vertrouwen in verscholen
kan zijn.
DE ruimte als verlossing voor het boze, de rust waarin we ons zelf terug vinden, het eigen herondekken.
In het oneindige ineens een gebouw opgebouwd uit lijnen en vormen die door gedachte zijn gecreerd.
Niet op een manier dat er bewust gemaakt is, maar op een idee dat er een gesprek gaande is tussen enkele personen, en tijdens
dit gesprek in ieder van de persoon een gebouw ontstaan, of terwijl, dat onze gedachte veranderen in gebouwen, in plaats van
plaatjes die we zien als herinderingen.
De herindering vervormt in architectuur taal, alles omgevormt in de complexiteit van het brein, waarin alles door elkaar wordt
geschud qua gedachtes. Dit vorm ik nu om naar een gebouw, naar een bestaand digitale wereld, die alle mogelijke vormen kan
aannemen die hij wil.

Hoe vervormend dit ook klinkt, geen enkel bewijs kan mij verwijzen naar iets meer wezelijks dan een gebouw die mij energie geeft
om te geloven in meer intensieteit rondom mij.
Zo heeft iedereen geleerd te leren om geleerd te worden in perspectieven van verlangen en hoopvolle gedachte.
De transperante complexen geven me de tijd en ruimte, om te denken in perspectieven van vernieuwing en openheid.
Deze ontwerpen zijn soms zwart met daarin alleen maar witte lijnen die de rasters aangeven van de de grootheid, hierdoor
weergeef ik eigenlijk het oneindige van het heelal en daarin probeer ik iets te scheppen.
Als ik dit zou plaatsen in een wezelijke wereld die we al kennen, is dit geen verbreding van een verlangen maar een beperking
in de oneindigheid die we nog niet eens kennen.
En daarom nu gedacht en gemaakt moet worden met programma's die mogelijkheden bieden om werelden te creeren die wezelijkheid
overschreiden. Deze gedachte wist mijn gedachte van het al weten, want telkens wanneer ik denk alles al te weten pas ik deze
thematieken toe, waardoor alles weer wegvalt in het oneindige universum.
Dit is verlossend en verhelderend, en heeft zijn oneindigheid nog lang niet prijs gegeven.
Of terwijl, een oneindige bron aan informatie en verlangen, meer een beter, sterker en eerlijker enz.

Door wezelijke objecten toe te voegen aan mijn ontwerpen, geef ik weer dat er alsnog geen ontkomen is aan objecten van deze
wereld, en deze nog heel erg naudrukkelijk terug te vinden zijn in de ontwerpen.
Onbewust er zo nog mee bezeig zijn, dat het geen questie is of het definitief wordt afgeschaft, het wezelijke.
Daarom pas ik het nog toe, de vorm en energie die ernaar wordt verstuurd heeft zijn kenmerken en tijden op zich genomen,
die mij biologeren en mij weten te strikken in hun list van bestaan.
Daarbij weet ik zelf niet of een object nog een fuctie heeft voor de ruimte zelf, het vraagt niet of het aanwezig mag zijn,
het zal er zijn door zijn opgeeisde plek in de ruimte.
Ik zit hier aan vast, vast aan de opgeeiste object en ruimte, mens en gedachte, alle mogelijke eisen die mij opgelegt worden.
Dit als kenmerk voor mijn leven die geen ontsnappen weet te vinden in de verandering die plaats vind.

Hoe koppel ik dit met de sterkinderen en de verandering van de wereld?
Deze vraag is natuurlijk een essentie, en weet zich af en toe slecht te vertalen in woorden, en niet omdat er geen woorden zijn,
 maar puur doordat wezelijkheid niets te maken heeft met de kenmerken van sterkinderen.
De vorm ervan heeft niks te maken met een vorm zelf, alleen maar met energie, leefbare energie.
Daarom zijn de werken die ik maak, een weergave van een gevoel die met die energie gemaakt zijn.
De transperante voorstelling van een wereld waarin alleen sterieliteit in wordt weergeven.
De kracht van de werk heeft zijn lichtgevoeligheid voor zijn omgeving. Net als een sterkind zijn gevoeligheid toont tegenover
de buitenwereld, een veranderend wezen met eigenschappen van een engel.
Ook een transperante omgeving waarin hij wil figureren, zijn tijd wil laten voelen en met iedereen wil delen.

Sterkinderen willen dan ook hun doelbewuste erkenning delen met alle vaste vormen die het zelfde willen als het sterkind zelf,
alleen is het soms zo dat de tegenpartij dit gevoel ondermijnt of niet begrijpt.
Daarom zij wij hier om te laten zien hoe dit geaccepteerd kan worden, en met iedereen gerealiseerd kan worden.
Energie waaruit we bestaan wil niks anders dan met je mee leven, maar wanneer je dit niet begrijpt kan het tegen je werken,
en juist het averechtse kan uitdragen.
Mijn ontwerpen willen niet in preciesie de vorm van sterkinderen uitdragen, maar wel de energie voelbaar stellen, waaruit we
kunnen putten.
Zodra er ruimte en geld voor beschikbaar wordt gesteld kan dit op grote schaal worden gerealiseerd, en een groter groep in
de samenleving aanspreken.
Hierdoor een beter samenwerking tussen mens en natuur, levenswijze en opinies.
Grote projecten uitvoeren heeft direct te maken met een publiek aanspreken die juist hier geen besef van heeft, het besef
van ons allen, het besef van een beter bestaan, en dat puur doordat we gevomt worden om bang te zijn.
Kunt is hier al duizenden jaren mee bezig om dit te doorsnijden, en om sommige manieren is dit ook zeker aan het gebeuren,
maar nu moet het juist diegene treffen die er nooit van heeft gehoord, het doet er niet toe of het aankomt, het gaat erom
dat het dus ooit in hun hooft heeft mogen bestaan.
 
Er is ook een andere vorm voor het inrichten van een ruimte.
De ontworpen complexen die met lciht worden weergeven, worden over elkaar gebeamt, waardoor er gelaagheid ontstaat in het beeld.
De ontwerpen van de gebouwen worden door de hele ruimte in alle hoeken gepresenteerd. Hierbij worden de lege muren opgevuld met
ontwerpen die juist levende ontwerpen weergeven.
Deze ontwerpen bevatten meestal figuren Die passsend zijn gemaakt aan het ontwerp.
Zodra je de ruimte binnenkom, ontstaat er iets raars tussen de normale ontwerpen en de architectonische ontwerpen.
Ze worden samengesmolten,maar geven direct de mogelijkheid om samen de ruimte op te vullen.
De architectonische ontwerpen weergeven dan ook de ruimte zelf, waardoor het idee van een ruimte goed zichtbaar moet zijn.
De ontwerpen die de figuren weergeven hangen los van de rest. Ze zijn de essentie en worden dan ook op de juiste locaties
opghehangen.
Licht is 1 van de belangrijkste dingen in de presentatie, licht wordt gebruikt als een medium van dromen, de beamer heeft een
bepaalt licht en dat licht doet mij denken aan een billboard van je dromen, een stuk uit je dromen uitgelicht en
in vorm gezet om voort te leven in een wezelijkheid die wij als werkelijkheid zien.
Deze thematieken pas ik toe, om de grens tussen mijn eigen wezelijkheid te doorbreken met datgene wat me wordt aangeleerd.
Doordat mijn thematiek sterkinderen en nieuwe werelden zijn, koppel ik dan ook de werken in een ruimte waar alles weg moet vallen.
Even een andere wereld in stappen om als een in bioscoop gebiologeerd te worden door een film die vol zit met verlangen.
Het geven va deze beelden hoeft niet een gebiologeerd fenomeen te zijn, het worden prenten voor de toekomst, een voorspelling,
een doel en een bewuste keus om naar te leven.
Het grote geloven waarvan de werken los staan maar wel het medium vormen voor de nieuwe impressies.
Het bepaalde licht.

Dat licht wat zo schijnt, zo doelbewust het oog kan strelen, geen eigenheid bezit, maar een eigenheid wordt opgelegt.
De manier van beelden in het licht verwerken, geeft het licht een doel om te schijnen voor perfecte doeleinde, net als het idee
wat ik eerder heb besproken, qua ruimte en energien die toegeweid moeten worden aan een ruimte, en zonder die doelbewuste erkenning
voor de ruimte, zal hij ook niet bestaan.
Licht heeft het zelfde te verduren, en kent eigenlijk ook niet zijn vrijheid, daariut weet licht een bepaling te zijn op
een gedachte, wanneer een lichtstraal wordt gedacht, weet het te bestaan, puur doordat daar energie aan besteed is.
Een lichtbepalende ruimte opvullen heeft allerlei nadelen.
Door dit te doorbreken moet je spelen met de naturen van licht, een verschijning waaruit alle bronnen geput worden.

Zoals we weten is in de schilderkunst het licht, een bron waar de meesters de grootste inspiratie bron uit haalde.
Deze bron paste zei toe in een schilderij, en wisten dit op een perfecte manier te plaatsen.
Doordat we de technologien van tegenwoordig in handberijk hebben,is het nu aan mij om juist dat licht van rembrandt om te vormen
in een extase van 2008. Een geldigheid waarin licht wordt verspreid,gezet,in plaats van wordt weergeven op doek.
Dat licht wat door honderden jaren zo specifiek is neergezet,wordt in mijn  perspectief juist neergezet met een apparaat,
een object die juist het licht letterlijk neerzet, en de illusie alsnog schept tegenover de toeschouwer.
Het licht van rembrandt was een waar optiek voor de kunstwereld,waaruit de nieuwe tijd is gekomen om dit door te blijven uitvoeren
in de hedendaagse kunstwereld.
Het interessante van dit asspect is dat licht een vervorming geeft van het afgebeelde werk.
Een niet zichtbaar veranderende opzicht,maar een voelbare verandering die de iris laat scherp stellen op twee manieren.
De diepte, de ruimte,groote,lichtintensiteit, veel meer aspecten die normaal aan te pas komen.
Dit komt puur doordat licht wel een constante toevoer is van licht, maar vaak de ondergrond en omgeving van zich af weet te snijden.