Maar nu gebonden aan plek en tijd,verzonken in gedachte.
Verdedigd in aanvallen,gesproken afstanden,verloren verlijding,tegemoetkoming.
Als de snelheid verminderd,valt de depressie aan, medogeloos en vraatzuchtig.
langzaam opkruipend langs de kuiten omhoog langs de knieen, vervolgends naar de middenrif
daarna za lhet brein fataal uit elkaar vallen, om vervolgends onscepties na te denken.
Geen wantrouw in geloven,niet geloven op een manier van het prijzen van gedaantes,
maar van het werkelijke, het grote, het oneindige van het alles,
de ruimte die de antwoorden te ver en te diep in de ruimte hebben ontwikkeld.
De groote is daarom onvatbaar en onkenbaar,geen vast doel aan te lijmen, geen verlossing
of bode,maar slechts een open geheel met fracties van secondes.
Als we ter allen tijden naar een oplossing zoeken, vergeten we dat de antwoorden in ons
zijn gegrafeerd.
HEt is geen code, het is onze eigen taal, alleen zijn we vergeten hoe we het spreken.
Geen mysterie of illusie, alleen de waarheid en de waarheid.
Door steeds verder te staan van ons eigen lichaam, leren we steeds minder over de bizarre
ontwikkeling in ons, om ons, heen ons.
Heen en terug en weer.
Waarnaartoe, was de vraag, waarnaartoe,waar-naar vnw bw naar wie,
wat: dit is het model waarnaar wij ons richten; waarnaar verlangt gij?
Nergens naartoe.
Waar naar zoeken wij, zoeken we het juiste, spreken wij het juiste, en duizende andere
ondermijdingen,( ondermijnde, verzwakken van het gezag, iemands positie.)
Het verzwakt ons geloven, of beleven,van het juiste,voor de geest,lichaam,patroon,